Vanzelfsprekendheid als collectieve hallucinatie
Ik stap 's nachts uit bed en doe het licht aan en het licht doet het. De vloer draagt mij. Mijn naam kent mij nog. Maar ik ik weet: niets is vanzelfsprekend.
In de alledaagse werkelijkheid, waarin het brood telkens op dezelfde wijze de boter ontmoet en de zwaartekracht zich netjes aan zijn plicht houdt, sluimert een dieper besef. Namelijk dat de wereld zoals wij die menen te kennen, gebouwd is op een fragiel web van afspraken, gewoonten, toevalligheden en optische illusies die we “wetten” noemen. De patafysica herinnert mij eraan dat wat wij vanzelfsprekend achten, niet meer is dan een staande ovatie voor de gewoonte.
Vanzelfsprekendheid is wellicht het meest hardnekkige sprookje van de werkelijkheid. Alsof de dingen vanzelf hun vorm vinden: dat een appel valt, dat ik weet wat ik bedoel, dat morgen een herhaling zal zijn van vandaag. Maar vanuit patafysisch oogpunt is elke gebeurtenis een singulariteit, een onherhaalbare poëtische uitzondering. Dat een appel valt, betekent niet dat appels altijd vallen – slechts dat ze tot nu toe steeds vielen. Wat vanzelf lijkt, is slechts datgene waarvoor het geheugen te moe werd om zich nog te verwonderen.
De wereld is geen machine, maar een voortdurend zichzelf bevragend gedicht.
De wetten van Newton, Freud of de grammatica zijn geen wetten – het zijn gewoonten van een werkelijkheid die telkens met ons meedenkt. Elke vorm, elke gedachte, elk woord is een gok. Dat de gok telkens lijkt te slagen, maakt het niet minder gewaagd.
De paradox
Als niets vanzelfsprekend is, is zelfs dát niet vanzelfsprekend.
Hier wringt zich een geweldig patafysisch moment naar binnen: dat onze twijfel aan de vanzelfsprekendheid zelf kan stollen tot dogma. De mens die roept "alles is relatief" meent dat dat absoluut waar is. De paradox is een geliefd huisdier van de patafysica: ze blaft naar logica, maar kwispelt als het mysterie verschijnt.
En dus: wie zegt dat niets vanzelfsprekend is, moet ook bereid zijn de mogelijkheid te overwegen dat sommige dingen misschien wél vanzelf spreken. Misschien is het vanzelfsprekend dat wij vragen stellen. Misschien is het vanzelfsprekend dat wij niet rusten bij antwoorden. Misschien is de onrust zelf onze enige zekerheid.
Een bestaan van onbepaalde waarde
In een bestaan waarin niets vanzelf spreekt, wordt waarde niet gemeten maar toegekend. Dat is de ruimte waar de patafysica opnieuw het woord neemt. Niet als wetenschap van het bewijsbare, maar als een met wetenschap vermomde poëzie van het onmogelijke. Zoals de ‘biljetten van Onbepaalde Waarde’ – waarin niet een getal betekenis draagt, maar het ontbreken ervan. Geen munt die je kunt optellen, maar een uitnodiging tot onbegrensde toekenning van betekenis. Zij bevestigen: vanzelfsprekendheid is een vorm van gehoorzaamheid.
Onbepaalde waarde is een vorm van vrijheid.
Als niets vanzelfsprekend is, dan is denken een daad van verzet. Niet tegen de wereld, maar tegen de versimpeling ervan. De patafysicus verzet zich niet tegen de realiteit, maar tegen haar vanzelfsprekendheid. Hij stelt zich open voor het mogelijke dat zich vermomt als onzinnig. Hij hanteert de kromme regelmaat van het absurde om de rechte leugen van de gewoonte te ontmaskeren.
“De uitzondering is niet het tegendeel van de regel. Ze is haar koningin.”
Ubu, koning van het vooronderstelde
Taken for granted as a collective hallucination
I get out of bed at night, turn on the light, and the light works. The floor supports me. My name still knows me. But I know: nothing can be taken for granted.
In everyday reality, where bread always meets butter in the same way and gravity dutifully does its job, a deeper awareness lurks. Namely, that the world as we think we know it is built on a fragile web of agreements, habits, coincidences, and optical illusions that we call “laws.” Pataphysics reminds me that what we take for granted is nothing more than a standing ovation for habit.
Taking things for granted is perhaps the most persistent fairy tale of reality. As if things find their form by themselves: that an apple falls, that I know what I mean, that tomorrow will be a repeat of today. But from a pataphysical point of view, every event is a singularity, an unrepeatable poetic exception. That an apple falls does not mean that apples always fall—only that they have always fallen until now. What seems natural is only that which memory has grown too tired to marvel at.
The world is not a machine, but a constantly self-questioning poem.
The laws of Newton, Freud, or grammar are not laws—they are habits of a reality that constantly thinks along with us. Every form, every thought, every word is a gamble. The fact that the gamble seems to pay off every time does not make it any less risky.
The paradox
If nothing is self-evident, then even that is not self-evident.
Here, a wonderful pataphysical moment creeps in: that our doubt about the self-evident can solidify into dogma. The person who proclaims “everything is relative” believes that this is absolutely true. The paradox is a beloved pet of pataphysics: it barks at logic but wags its tail when mystery appears.
And so, those who say that nothing is self-evident must also be prepared to consider the possibility that some things may indeed be self-evident. Perhaps it is self-evident that we ask questions. Perhaps it is self-evident that we do not rest with answers. Perhaps unrest itself is our only certainty.
An existence of indeterminate value
In an existence where nothing speaks for itself, value is not measured but assigned. This is the space where pataphysics takes the floor again. Not as a science of the provable, but as a poetry of the impossible disguised as science. Like the ‘banknotes of Indeterminate Value’ – in which it is not a number that carries meaning, but its absence. Not currency that can be added up, but an invitation to assign unlimited meaning. They confirm that self-evidence is a form of obedience.
Indeterminate value is a form of freedom.
If nothing is self-evident, then thinking is an act of resistance. Not against the world, but against its simplification. The pataphysicist does not resist reality, but its self-evidence. He is open to the possible disguised as nonsense. He uses the crooked regularity of the absurd to unmask the straight lie of habit.
“The exception is not the opposite of the rule. It is its queen.”
Ubu, king of the assumed



0 Comments