Ik kwam tot het besef dat het bewustzijn alleen begrepen kan worden als men de werkelijkheid en al hetgeen er in gebeurt als een droom ervaart. Door gebruik te maken van taal, en daarmee bedoel ik het geluid van de woorden en de tekens die het bewustzijn helpen de werkelijkheid vorm te geven, definiëren we zintuiglijke indrukken. Het lichaam dient enkel als zender en ontvanger in een droom die wetmatigheden simuleert.
Mijn lichaam maakt geen onderdeel uit van mijn bewustzijn. Het bewustzijn faciliteert de werkelijkheid, het lichaam. De processen in het lichaam provoceren het bewustzijn en het bewustzijn provoceert processen in het lichaam. Materie functioneert daarbij als een bemiddelaar en evoceert de werkelijkheid d.m.v. het bewustzijn. Echter het bewustzijn maakt er geen onderdeel van uit.
In die zin dromen we de werkelijkheid. Taal gebruiken we om processen die plaatsvinden in de droom die wij ervaren als de werkelijkheid, te ervaren, de gebeurtenissen te duiden. Als dit aannemelijk zou zijn, wat betekent ons denken of voelen dan? Denken in het ‘heden’ is dan feitelijk het in een oneindig geheel associëren, combineren, recombineren, en begrijpelijk maken van zintuiglijke indrukken.



0 Comments