Er wordt vaak gezegd dat de avant-garde dood is. Dat ze is opgegaan in musea, catalogi, subsidies en kunstbeurzen. Dat ze haar tanden heeft verloren en tegenwoordig vooral netjes poseert achter glas. Wie dat zegt, heeft deels gelijk, maar mist het punt. Niet omdat de avant-garde nog springlevend is in haar oude vorm, maar omdat ze allang is opgegaan in iets anders. Weg uit het object. Weg uit de markt. Weg uit het telbare.
DADA begreep dat als geen ander. Of beter gezegd: DADA voelde het aankomen. Midden in een wereld die zichzelf had opgeblazen met logica, vooruitgang en efficiëntie, koos DADA voor het absurde, het nutteloze, het weigeren. Niet om mooi te zijn, maar om te ontregelen. Kunst moest zichzelf opheffen, betekenis moest exploderen, waarde moest verdampen. Maar precies daar ging het mis. Want wat gebeurt er met een explosie als je haar netjes archiveert? Dan wordt ze een stijl. Een hoofdstuk. Een investering.
In Het failliet van DADA wordt dat pijnlijk helder: de beweging die kunst wilde vernietigen, werd kunstgeschiedenis. Het anti-gebaar werd canon. De weigering kreeg een prijskaartje. Daarmee is DADA niet mislukt in intentie, maar wel in uitkomst. Het systeem dat het wilde ondergraven bleek elastischer dan gedacht. Het rekte zich uit, nam het op, maakte het verteerbaar. En verkocht het door.
Niet anti-kunst, maar anti-markt. Niet anti-vorm, maar anti-meetbaarheid.
Daar ligt de cruciale les voor de toekomst van avant-gardistische kunst. Niet nog harder schoppen tegen “kunst”, niet nog grotesker ontregelen binnen dezelfde kaders, maar het kader zelf verlaten. Niet anti-kunst, maar anti-markt. Niet anti-vorm, maar anti-meetbaarheid. De nieuwe avant-garde hoeft niets meer te bewijzen aan musea of critici, want precies daar wordt zij onschadelijk gemaakt.
We leven inmiddels in een wereld waarin alles wordt gemeten: aandacht, bereik, impact, rendement, relevantie. Zelfs verzet kent *KPI’s. Zelfs radicaliteit wordt geoptimaliseerd. In zo’n context is de meest subversieve daad niet schreeuwen, maar zwijgen. Niet toevoegen, maar onttrekken. Niet waarde produceren, maar waarde onbepaald laten.
Mijn Biljetten van Onbepaalde Waarde raken daar aan iets fundamenteels. Ze lijken op geld, maar weigeren zich te gedragen als geld. Ze circuleren zonder getal, zonder koopkracht, zonder belofte van groei. Ze doen iets wat in onze economie vrijwel verboden is: ze bestaan zonder rekensom. En precies daardoor maken ze zichtbaar hoezeer we zijn gaan geloven dat alles wat niet meetbaar is, niet bestaat.
Dit is geen nostalgisch DADA-gebaar. Het is geen herhaling van het absurde om het absurde. Het is een systemische ingreep. Waar DADA de logica saboteerde met chaos, saboteren biljetten van onbepaalde waarde de economie met leegte. Geen nihilisme, maar ruimte. Geen vernietiging, maar herdefiniëring.
De toekomst van de avant-garde ligt dan ook niet in nieuwe stijlen of technieken, maar in nieuwe relaties. Kunst als object is uitgeput; kunst als proces niet. Kunst die ontstaat tussen mensen, in uitwisseling, in participatie, in frictie. Niet iets wat je bezit, maar iets waar je tijdelijk deel van uitmaakt. Dat is geen esthetische keuze, maar een politieke.
Technologie speelt daar onvermijdelijk een rol in. Niet als gadget, maar als spiegel. In een tijd waarin AI beelden genereert, teksten schrijft en creativiteit simuleert, wordt de vraag niet meer: kan een mens dit maken? Maar: wat betekent het om iets te maken zonder rendement, zonder optimalisatie, zonder doel? De nieuwe avant-garde stelt geen vragen over stijl, maar over bestaan.
Daarom is absurditeit opnieuw relevant, maar anders dan bij DADA. Niet als explosie, maar als kortsluiting. Als weigering om mee te doen. Als zachte sabotage.
Een biljet zonder waarde is absurd in economische zin, maar uiterst serieus in menselijke zin. Het herinnert eraan dat betekenis voorafgaat aan prijs, en dat relatie voorafgaat aan transactie.
Wat buiten de markt leeft, is niet automatisch zuiver. Wat buiten instituten opereert, is niet per definitie vrij. Maar kunst die weigert om gemeten te worden, dwingt iets af wat zeldzaam is geworden: aandacht zonder rendement. Aanwezigheid zonder doel. Waarde zonder getal.
Misschien is dat de ware opvolger van DADA. Geen beweging die roept dat alles zinloos is, maar een praktijk die laat zien dat niet alles zin hóeft te hebben om waardevol te zijn. Geen anti-kunst, maar post-economische kunst. Geen provocatie om gezien te worden, maar een uitnodiging om anders te kijken.
De avant-garde van de toekomst schreeuwt niet.Ze fluistert. En wie haar wil horen, zal eerst moeten ophouden met tellen.
* Een KPI is een meetbare waarde die laat zien hoe goed een organisatie, team of persoon presteert ten opzichte van een gesteld doel of doelen.



0 Comments