De eerste twee tellen hangen de vlag uit voor het ongedierte
gedwee verlangend naar afgekloven stiltes
wandelt kalmte angstvallig
mijn verdriet opgekropt achter stiltes

verkleefde geluiden die de dingen tot stilte manen
het licht raadt de gedachten van de duisternis
zonder daarbij de formules te betrekken
en hangen de momenten aaneengeregen in een autistische enscenering
letter na letter noodgedwongen te verdorren

hard lachend hobbelt, dartelt, snuift, knaagt een duifje, tjilpt de mier,
en fluistert een lichtflits een vers in het luisterend oor van een druppel
Ach jij opschepperig naargeestige vriendelijkheid
staar verlangend onafgebroken naar een schimmige onmogelijke schoonheid
en scheldt zij, schudt zij de gerangschikte, schaduwrijke wanorde
in een eindeloze toon in een verkreukelde diepte

Beloof mij dat ik me mag verschansen in de ravijnen van mijn vlees
omdat het heelal mij verraden heeft
Het huilt bij zijn moeder en klaagt: ik heb eindeloos levenslang ontvangen
omdat ik er naar verlangde,
en bleef staren naar het vogeltje,
dat flierefluitend, galmend, golvend, de ruimte neemt
stuiterend verdwijnt in een kuiltje
buiten het zicht
gaap ik
en doe mijn ogen dicht

Arjan Bosch

(voorgedragen ter gelegenheid van De Zalon 17 november 2013)

error: Op de afbeeldingen geldt auteursrecht !!

Pin It on Pinterest